Het is een gek gevoel om op een bankje naast een Japanse tempel te zitten, een wit shirt aan te doen, wierook en een aansteker in het daarvoor bestemde vakje van je shirt te steken en een satijnen beschermhuls om een houten stok te binden, met daar overheen een bel.
Moet ik nou iets voelen? Ik ben geen machine. De Engelsen, zoveel accurater in hun omschrijvingen zeggen het al: it has to grow on me.
Ik voel wel een verbinding met dat absurde gevoel van 5 maanden geleden, toen ik met heftige emoties dat shirt uitdeed in de trein en wegvluchtte van dit alles. Ik deed het nog niet uit of ik voelde intense schuld. Naar wat? Niet naar mezelf, dat weet ik heel zeker. Ik weet alleen dat ik die pelgrimage en dat hele eiland erbij verwenste, terwijl ik tegelijkertijd wist dat ik terug zou komen, omdat ik het toen al miste.
En nu, nu ben ik er weer! Dezelfde tempel, dezelfde geur, de belletjes van de andere pelgrims. Zelfs de zon lijkt hetzelfde op mijn gezicht te voelen. Ik ben weer thuis. God, wat heb ik hier naar verlangd!
Maar ik ben nog geen pelgrim.
Ik ben ook geen echt Boeddhistisch type, of zo. Eerlijk gezegd doen deze tempels mij ook niet zoveel; zowel niet cultureel als spiritueel. Maar dat vind ik nou juist een groot voordeel. Geen cultuur-historische herkenning aub. Gewoon leeg en dan die creatieve intuïtie, zeg: verwondering.
Wanneer ik tempel 1 betreed, met de gebruikelijke buiging bij de poort, voel ik niets. Ik laat het maar wat gaan. Forceren levert niets op, dat heb ik vorige keer geleerd. Ik zet mijn rugzak en stok neer om de rituelen, die ik bij iedere tempel zal uitvoeren, te starten. Ik doe slechts een selectie uit deze rituelen, omdat sommige onderdelen mij niet aanspreken. Ik loop meteen naar de waterbak, waar je met een soort diepe pollepel water uit schept om je handen te wassen en je mond te spoelen. Dan loop ik naar de grote gong en laat hem klinken, zodat 'men' weet dat ik er ben. Vervolgens voer ik bij twee tempelgebouwen eenzelfde ritueel uit; eentje bij het gebouw van de hoofdgodheid - die bij elke tempel weer uniek is - en eentje bij een gebouw, waar Kobo Daishi - - de beroemde monnik die als inspiratie voor deze pelgrimage wordt gezien - is afgebeeld. Dat laatste gebouw is op het terrein van elke tempel die ik ga bezoeken. Ik steek bij beide gebouwen drie wierookstokjes aan en plaats ze in een mooie oude bokaal, laat een papiertje met mijn naam, datum en eventueel wens achter in een een metalen container, gooi wat geld in de bak en neem met gevouwen handen een moment van stilte in acht. Vervolgens verlaat ik het complex met weer een buiging bij de poort.
Als ik buiten sta en bij wijze van spreken de 1200 km en 45 dagen voor mij zie liggen in de stenen van de mij nu zo bekende straatsweg, hef ik mijn stok omhoog, laat hem hard neerkomen op de grond en loop direct met overtuigende stappen weg van de tempel. Ik heb deze kleine scène gezien in de film 'Gandhi', wanneer Gandhi aan de zoutmars begint. Ik vind dat altijd weer een heroïsch moment, zo lekker nuchter en vastberaden. Ik hoop dat iemand mij het heeft zien doen, maar ik denk het niet. Ik ben helemaal alleen met mijn 'precious ego'. En inderdaad, na 10 stappen sterft het geluid van belletjes, stemmen, de geur van wierook en oud hout - het 'tempelgedoe' - uit en ben ik opeens, langs een saaie autoweg, weer alleen. Met mijzelf. 45 dagen lang. Geen mensen langs de kant om mij toe te juichen, geen mysterieuze Japanse landschappen met mist en bloesem; gewoon een saaie autoweg. That's it.
Al na 30 minuten komt er een vrouw naar mij toe.
'Osettai, osettai!'. roept ze, terwijl ze zich haast.
Ik stop direct want dit is belangrijk. De 'osettai'. Wat is dat? Een osettai is een gift die je kunt geven aan een pelgrim. Dat gaat van mandarijntjes, snoepjes, hele lunchpakketten tot aan geld toe. Ik krijg deze keer een katoenen geldbundel. De bedoeling van osettai is helder en voor beide partijen levert het iets op. Ik heb er een leuk cadeautje aan - een mandarijn die gegeven is, smaakt veel beter, echt waar! - en de gever krijgt automatisch de attentie van de Big Guy himself, Boeddha. Want geloof het of niet, maar met dat witte shirt aan en die 88 tempels als doel, ben ik vanzelf een representant van Boeddha en wie mij iets geeft, geeft hem iets, omdat de pelgrim de gift meeneemt op zijn reis. Ten grondslag aan dit fenomeen ligt een wezenlijk verschil tussen de Aziatische en Westerse cultuur, die moeilijk uit te leggen is. De banden tussen 'ik' en de omringende wereld zijn minder sterk afgebakend in Japan. De gewaarwording van jezelf wordt meer ervaren binnen het gebied van de familie, de gemeenschap of het land. Jezelf daar los van zien, zoals bij ons, kan niet. 'Ik' en mijn omgeving zijn een eenheid in verantwoordelijkheid. Een andere ingang tot dit begrip gaf iemand onderweg - die zowel tot de Aziatische als Westerse cultuur behoort - mij. In religieuze zaken en rituelen legt een Westerling de nadruk op een 'persoonlijke' verhouding met het object van het ritueel. Dat is ook de kern van onze 'schuld-cultuur'. In Azie wordt deze scheiding minder vast ervaren en ligt de nadruk op het correct nakomen van het ritueel en andere gewoontes. Dit is de basis voor een 'schaamte-cultuur'.
Zoiets. Het intrigeert me en ik hoop er tijdens deze reis meer inzicht in te krijgen.
Afijn, het geldbuideltje dat ik krijg, ga ik meteen omdopen tot buidel voor de kleine Delft-blauwe kralen met tulpen en molens erop, die ik als cadeau voor speciale ontmoetingen heb meegenomen. Niet gebruikelijk, maar ook ik heb mijn Nederlandse 'osettai'.
Zo begin ik mijn eerste dag, die eindigt bij tempel 8, waar ik midden in de nacht voor het eerste in mijn leven op een tempelcomplex pies.
No comments:
Post a Comment