Monday, 29 April 2013

2. Tokushima

Het is mijn 2de dag in Tokushima, de hoofdstad van de prefecture met dezelfde naam. Het is de stad waar ik twee nachten verblijf, voor ik aan mijn pelgrimage begin. Ik neem die tijd omdat de dagen daarvoor een gekkenhuis zijn. Op 4 April vlieg ik weg uit Singapore, waar ik voor KLM een week zit, om de volgende ochtend om 7 uur aan te komen op Schiphol. Ondanks de slechts 3 uur slaap, haast ik mij naar huis, regel laatste zaken, want 5 uur later ben ik al weer op weg naar Schiphol en check in voor Osaka. Na mijn 2de nachtvlucht op rij, kom ik aan op Kansai Airport, Osaka; kapot maar opgewonden.
Kansai Airport heeft de uitstraling van een hightec spaceship en pretendeert alles wat het moderne Japan ons wil laten geloven; je beweegt je geluidloos tussen de stalen tempelpilaren naar de aankomsthal, bent in een minuut online en plugt jezelf, met je Starbucks green-tea frappy met extra jasmijn shot in de hand, in in de Aziatische dreambubble.
Hoe misleidend..Tussen al het beton en de voornamelijk witte, metalen zuilen van moderne superioriteit zou je hem bijna over het hoofd zien. Uit een klein deurtje, buiten bij het busstation, komt hij naar buiten gesloft en kijkt je vriendelijk lachend aan. Het is de oude man. Ik herinner me hem van een paar maanden terug, toen ik ook voor de ticketmachine stond en geen flauw idee had hoe ik al die Japanse karakters moest lezen. Ook toen lachte hij en sloeg een arm om mijn schouder. Wederom drukt hij weer wat toetsen in en daar komt mijn ticket al uit de automaat gerold. Voor ik er erg in heb, pakt hij mijn bagage - helemaal niet zijn werk, maar ik ga er niet tegenin - begeleidt mij naar de juiste bus, geeft de poorters instructie en blijft staan tot hij zeker weet dat mijn bagage in goede handen is. Dan buigt hij twee keer voor mij en loopt terug naar het ticketautomaat.
Ik ben in Japan.
Ik ben in het land waar highttec en eeuwenoude tradities van beleefdheid naast elkaar bestaan; op straat, in winkels, restaurants of business-meets. Je ziet het overal en het zal je verwarren.

De bus brengt me in drie uur naar Tokushima, Shikoku. Op het station regent het als een gek en de taxi brengt me in 3 minuten naar mijn hotel.
Na slechts een nacht van 4 uur grijnst mijn jetlag mij aan in de spiegel; 'Je dacht dat ik je een lange nacht zou geven, hyperactieve travel-junky? Je hebt jezelf lopen fucken dus deal er maar mee'. Ik besluit hem te bestrijden met het enige middel dat ik nog heb: mezelf moe lopen. Ik ga de 12km naar Bango lopen, in plaats van het boemeltje te nemen.
Bango, het kleine 'buitendorp' van Tokushima zou slechts een soort van 'poging tot een echt dorp' langs route 12 geweest zijn, als het niet toevallig de thuishaven was van tempel nr.1 - Ryozenji - welke duizenden pelgrims per jaar - meestal per bus - aanvoert. Maar wie denk dat dat het dorp verandert heeft, heeft het mis. Op een paar winkeltjes met pelgrims-kleren na, is er in het dorp verder helemaal niets te beleven. En zo hoort het vind ik. Het maakt me sentimenteel om deze plek weer terug te zien. Ik heb 5 maanden naar dit moment toegeleefd en nou ben ik er eindelijk. En wat heb ik er niet voor moeten regelen! Een vakantie-periode geruild met een collega; onbetaald verlof - om mijn vakantie langer te maken - aangevraagd op een moment dat mijn eindelijk weer succesvolle werkgever zoiets heeft van: 'Ingmar, we hebben je nodig'; een strak vlucht-aanvraag beleid van mijn kant, En dan de financiƫle offers (je wil niet weten hoelang je met slechts 1 broek kunt doen, voor mensen vreemd gaan kijken). Uiteindelijk heb ik een paar duizend meer gespaard dan gepland en ben in Bango. Naast de gezellige kledingwinkels in de zon, zit ik een verlaat ontbijt te eten. Dan koop ik mijn witte shirt, een wandelstok, wierook en een aansteker. Nog geen Henro - de naam voor de pelgrim op deze tocht - bezoek ik toch alvast de tempel. Ik buig bij de poort voor iets waar ik niet in geloof, maar wel vertrouw - God, wat heb ik dat ambivalente en creatieve gevoel gemist - steek een kaars op voor iemand die er niet meer is, maar mij kracht verschuldigd is en keer terug naar Tokushima.
Die nacht slaap ik onrustig en vroeg in de ochtend geef ik bij het meisje van de receptie mijn handbagage, met spullen die ik niet nodig heb op mijn trip, af. De onderhandelingen met deze vriendelijke 'ik-spreek-wel-beetje-engels-maar-ben-als-de-dood-af-te-gaan' dame liepen de vorige avond uit op een sessie van wel een uur, waarna we allebei zeer tevreden waren met het resultaat, maar geen idee hadden wat de ander precies zei en wat we precies overeengekomen waren. Maar we zijn wel overeengekomen dat ik nu, de volgende morgen, mijn arm, met een rugzak eraan, uitsteek en dat zij de rugzak aanpakt en in een klein kamertje, achter de receptie, neerzet. Er is een behoorlijke kans dat ik mijn spullen terugvindt eind Mei. In dat kamertje. Of ergens anders... wat we dan ook overeenkwamen... als we dat al deden.
En daar ga ik! Pilgrim-time!

No comments: