Het is vandaag 30 April 2013 en dat is de dag dat ons land op zijn kop staat; we krijgen een nieuwe koning! Maar alle analyses, duidingen en infotainment gaan aan mij voorbij want ik zit in een klein plaatsje, ergens aan de westkust van het Japanse eiland Shikoku en ben echt helemaal niet met Nederland bezig. Ik zit op de helft van een 1200km lange pelgrimstocht, die mij langs 88 Buddhistische tempels leidt. Het is mijn 23ste dag en ik heb er nog 25 te gaan. Ondanks het feit dat ik toch zo om de week ergens wel wat internet vandaan weet te peuteren, plaats ik vandaag pas mijn eerste blog; 30km wandelen per dag en 'eens even lekker bloggen' gaan niet echt samen, zowel mentaal niet als fysiek.
Hoe kom ik hier?
Voor wie me niet kent, ik werk al bijna 17 jaar als steward voor KLM, vlieg over de hele wereld, heb gemiddeld vier jetjegs per maand en een nachtvlucht per week. Daarnaast ben ik ook verloofd met een Filipina en pendel al twee jaar tussen Amsterdam en Manila. Vorig jaar merkte ik dat ik tegen mijn tax zat. En niet zo'n beetje ook. Ik was mentaal en fysiek op. Bovendien heb ik de gevaarlijke leeftijd van 'zo midden veertig' bereikt en voelde de drang om eens na te denken over wat ik in de tweede helft van mijn leven nou eigenlijk nog wilde doen, behalve een gezinnetje starten met mijn vriendin. Ik bedacht dat een zevenweekse break en een lange afstands-wandeltocht mij wel goed zouden doen. Ik ben gek op outdoor, hiken, maar ook op de Verenigde Staten, dus de boeken over woestijntochten in het westen van de States waren zo gevonden. Ik zat in een grote travelshop in Amsterdam en dook in de Californische woestijnen. Ik stuitte op prikkelende onderwerpen als slangenbeten, uitdroging en allerlei vormen van zonnenbrand-aandoeningen. Tegen de tijd dat ik bij het onvermijdelijke onderwerp van ' hoe zuiver ik mijn water op een godvergeten plek' aankwam, wist ik dat het mij niet aan moed, maar aan geduld zou ontbreken voor zoiets.
Tja, wat nu? Ik keek wat futloos naar de schier oneindige rij boeken, allemaal over hiken, toen mijn oog viel op een woord in bruine, dikgedrukte letters: 'Shikoku'. Had ik niet eens een dokumentaire gezien over dat onderwerp? Dat was toch die Buddhistische pelgrimstocht? Op dat Japanse eiland? Ik pakte het boek. Het was inderdaad geschreven door iemand die deze beroemde en meer dan tien eeuwen oude pelgrimstocht had gedaan. Ik bladerde geintrigeerd naar het eerste hoofdstuk. De schrijfster hield niet van half werk, want vanaf de eerste alinea werd ik meegezogen in een over-enthousiast betoog over hoe zij tot deze pelgrimage was gekomen. Ik zou het vaker horen op mijn trip; mensen die in een flash besluiten de tocht te maken en tussen het moment van besluit en start vaak minder dan een maand hebben zitten. Iets raakte me en ik had een van die zeldzame, maar o zo heerlijke momenten in mijn leven, waarop je zonder nadenken een belangrijke stap zet en gedragen wordt door zekerheid. Ik hoefde niet verder te lezen dan de tweede bladzijde, keek verlegen, maar gelukzalig om mij heen, alsof iedereen mijn opwinding zag, kocht direct het boek, dook thuis op internet, kwam de onvermijdelijke naam van David Moreton tegen, de Australische professor, die in Japan woont en helemaal los is op het onderwerp van deze pelgrimage, bestelde bij hem meteen de benodigde kaarten en boeken, welke twee weken later arriveerden, ging de volgende dag naar een outdoor-shop en kocht wat ik nodig had. Binnen twee dagen had ik alles geregeld; 'Ik ga naar Shikoku, geen idee wat het is, maar ik moet daar heen'. Met een tent op mijn rug, vrij kamperen, slapen in bushokken en rust-hutten, of logeerplekken speciaal voor pelgrims. Hard-core pelgrimeren!
O ja, ik moest wel even wat regelen op mijn werk, maar blijkbaar zat ik energetisch op de juiste wave-length en binnen twee maanden vloog ik naar Osaka. We schrijven Oktober 2012.
Herfst wordt met de lente omschreven als de beste tijd om Shikoku te bezoeken; weinig regen, uitstekende temperaturen en - in tegenstelling tot de lente - bijna niemand on the road. Lekker eenzaam. Wel... ik was alleen on the road. En aangezien ik geen Japans praat en Japan geen Engels was ik dubbel alleen.
Tegen de tijd dat ik in de Kouchi prefecture was - Shikoku heeft vier prefectures (provincies) en Kochi is de tweede op je tocht - wandelde ik dagenlang op een verlaten autoweg - nummer 55 - langs een door tsunami's en aardbevingen geteisterde kustlijn. Mijn enige gezelschap was met onkruid overwoekerd asfalt, leegstaande huizen, ook overwoekerd, verlaten surf-dorpen, troosteloze industriestadjes, met grote betonnen protectiewallen in het water en.. kale bushokjes om in te slapen. Ik was inderdaad echt helemaal alleen. Het gevoel van eenzaamheid werd sterker en toen kwamen ook de spoken tevoorschijn. Je weet wel, die fuckers die iedereen ergens achter op zijn schouders heeft, maar nooit naar kijkt en die we veilig op een afstand houden met carriere, seks, internet en...nou ja, met 'dingen'. Zij roken de afwezigheid van 'dingen', voelde mijn strijd en gingen ze zo ongeveer elke kwetsbaarheid die ik in mijn systeem heb in mijn oor fluisteren, waarvan bijvoorbeeld eentje is: jij maakt nooit iets af. Dat kun je niet. Dus deze tocht, man.. dat is een hopeloze onderneming. Stop er toch mee en ga naar huis.
Normaal zou ik de veilige afzondering van een hotelkamer hebben, om weer even in tune te komen met mijzelf, maar mijn dagen van 30km wandelen eindigden bijna altijd in een bushok, of een rusthut, temidden van mensen en verkeer, met een magnetronmaaltijd op mijn schoot, mijn slaapzak om mijn koude benen en niets, maar dan ook werkelijk niets om de tijd mee te doden. Bij de eerste schemer viel ik uit pure verveling maar in slaap..
Ik was onvoorbereid.
Ik wist te weinig plekken om te kamperen en had te weinig geld om elke keer een hotel te nemen. Bovendien kon ik het overal op internet lezen: Kochi is 'hard to handle'; de eenzaamheid, monotoomheid en simpelweg het moment in de tocht, waar het gevoel van 'What the fuck doe ik hier eigenlijk?' zijn grijnzende smoelwerk recht in dat van jou douwt.
Mijn spoken wonnen en ik stopte. Ik verliet Shikoku met de staart tussen mijn benen. Maar een oeroude, collectieve intuitie liet mij op dat zelfde moment echter wel beseffen dat spoken niet komen om je neer te slaan, maar om de groei van je karakter te beschermen en Ik wist, nog op Shikoku, dat ik terug zou komen.
In de vijf maanden die volgden transformeerde de wilskracht, die uit dat inzicht omhoogborrelde, in een gevoel van verlangen, dat niet zozeer groot was, alswel diep van kleur. Ik heb zoiets nog nooit eerder gevoeld, maar het opende alle deuren voor mij en in Maart 2013 was ik klaar om de hele tocht opnieuw te doen!
Op vijf April jl. vertrok ik - wederom - naar Osaka. Op weg naar Shikoku, naar tempel 1.
No comments:
Post a Comment