Tuesday, 7 May 2013
5. 8-9 April / Sleeping among Gods.
Als kind had ik al een grote voorliefde voor ongewone tijdstippen. En dat heb ik nog steeds. De nacht en de vroege ochtend zijn mijn favoriete momenten. Daarom kan ik ook zo goed tegen nachtvluchten en jetlags. Om de een of andere reden zie ik daar de romantiek van in. Ik voel me helemaal vrij. Niemand is nog wakker en die stille, wat koude donkerte - dat tussenmoment in de tijd - heeft voor mij iets ongekend intiems en veiligs.
Om 5 uur op Schiphol landen en over een stille Marnixstraat naar huis lopen en te weten dat ik een paar uur later weer op weg ben naar Japan, is het mooiste moment van mijn reis. Ook hier op Shikoku wordt ik, gewild en soms ongewild, een 'bewoner van de tussentijd'. Met soms ongewone ervaringen ten gevolg.
Tijdens deze pelgrimage wandel ik per dag zo'n 30km. Als ik aankomt bij mijn hotel, kampeerplaats of rusthut, is het meestal tegen 5en. Ik stop dan omdat ik en mijn jankende lijf volledig op zijn, maar ook omdat het donker begint te worden. Iedereen die kampeert weet dat je voor donker moet opzetten. Bovendien wordt het snel koud, zeker hoger in de bergen. En dan nog een windje erbij.. Afijn, slaap ik in een hotel, dan neem ik direct een bad en op de kamping hang ik boven een koude kraan in een publiek toilet stoer te doen. Daarna, in een hotel, eet ik mijn noedels, salade, pinda's, weggespoeld met green-tea en kamperend een koude rijsthap met cola. Na het draaien (of handwassen) van de gedragen kleren schrijf ik heel snel mijn dagboek. Dat moet echt op dat moment, want de volgende ochtend is die harde schijf volledig gewist en zijn zoveel andere zaken belangrijker. Dus, meteen dan maar. Maar dat is even moed verzamelen want mijn lijf is zwaar aan het protesteren; eerst 30km raggen, dan al dat eten verwerken en nou ook nog het brein focussen? Donder op! Uiteindelijk wordt uitstel van het crash-moment wel in overweging genomen, maar constructief meewerken aan naleving van het compromis is er dus niet bij (mijn dagboekaantekeningen zijn altijd erg kort en als ik ze terug lees begrijp ik er geen zak van). Daarna is het echt helemaal gedaan.
Maar.. het pas 7 uur, nog een beetje licht, langsrazende forenzen, kinderen spelend op de kampeerplaats etc.. Aangezien ik geen internet, films, series of andere visuele vertragers heb kom ik dus, gaandeweg de reis, in het normale, natuurlijke ritme van onze voorouders terecht: slapen wanneer het donker wordt. En dus opstaan wanneer het licht is - meestal zelfs eerder. Het klinkt voor avondmensen als een gruwel, maar het gaat echt gewoon vanzelf.
Mijn eerste nacht - die memorabel is - is er zo een. Ik kom aan bij tempel 8. Een mooie tempel tegen een berghelling. Veel bomen en veel stenen goden. In de tempelwinkel vraag ik naar hun Tsuyado - een pelgrims-slaapplaats op het terrein van een tempel. De dienstdoende kale monnik kijkt moeilijk. En ik zie het al: achterhaalde info op internet, Tsuyado is niet meer. Ik zet mijn vertwijfelde gezicht op. En dat werkt goed bij die Japanners want die kunnen het niet aan dat ze voor jou probleem geen oplossing hebben; een cultureel dingetje waar je dus allerlei zaken handig mee kunt regelen. 'Misbruik' noemen sommigen dat. Ik noem het gewoon: 'moet-je-maar-over-je-culturele-schaduw-heenstappen-niet-mijn-probleem'. Ik blijf dus wat 'het-is-eind-van-de-middag-waar-moet-ik-nu-nog-heen?'-achtig kijken en ja hoor, de monnik staat op en loopt met mij mee omhoog het tempelterrein op. Echt, je kunt van die Japanners alles zeggen, maar ze persen uit de meest hopeloze situatie nog een oplossing.
De nog enkele bezoekers - het is tegen sluitingstijd - kijken wat verbaast als de monnik met mij en mijn rugzak naar de gong-toren loopt. Het is een indrukwekkend gevaarte dat daar uit de bosjes opdoemt; een soort van taps toelopende bouwerk, van donker hout gemaakt, erg oud, dat op de eerste verdieping een gong heeft, een reusachtig ding. De monnik opent een gammel deurtje; je moet bukken om naar binnen te kunnen. Het begint al te schemeren maar als ik naar binnen kijk ontwaar ik nog net een kleine vierkante ruimte. De helft daarvan wordt door opgestapelde dakpannen in beslag genomen en de andere helft ligt bezaaid met keutels van een onbekend beestje. De monnik wijst naar die plek en zegt: 'sleeping-place?' Ik slik. Hij ziet mijn lichte paniek en vervolgt:
'Or camping here?' Hij wijst naar buiten, naar het pad waar de toren aan ligt; een pad dat terras-gewijs van beneden af uiteindelijk naar het gebouw van de hoofdgod leidt en omringt is door zo ongeveer elke sub-god die Japan heeft uitgevonden. Ik slik twee keer. Dat dus fucking nooit hè, dat pad is het centrale gebeuren hier en staat stijf van de 'energie'. Daar een beetje midden op gaan staan met mijn tent? Ben daar gek, zeg. Hier komen elke nacht hele colonnes overleden goden langs wandelen, dwars door mijn tent heen. Geef mij die keutels maar. Trouwens, ik heb in dat gong-gebouw een trap gezien en die ga ik verkennen. Ik bedank mijn kale vriend, verdwijn onder het nog steeds verbaasd kijkende publiek in het donkere gebouwtje en klim omhoog.
Damn, it is good to be right! Ik kom uit op de eerste verdieping - nou ja, 2.5 bij 2.5 of zo - en boven het gat waar ik uit te voorschijn kom hangt die enorme gong. Maar om het gat heen is een houten 'trans' met aan beide zijden een omheining natuurlijk. Ondanks het feit dat ik eigenlijk 'buiten' lig (boven de gong hangt alleen maar een soort afdakje) en al die godenbeelden mij aanstaren en ik naast mij in een diep, donker gat kijk.. ondanks dat alles kan ik hier wel slapen. Ik rol mijn mat uit, eet nog snel wat en terwijl het donker wordt en er geen hond meer te bekennen is, ga ik mij daar tussen de bomen en de goden, klaar maken voor de nacht.
Als je 30km wandelt per dag, in de hete zon, valt daar niet tegenop te drinken, hoe vaak je die bidon ook aan je lippen zet. 's Avonds heb ik in ieder geval een dorst dat het niet normaal is. Thuis drink ik nooit cola, maar hier weet ik niet hoe snel ik mijn lippen aan zo'n heerlijk koud flesje moet zetten. Dan gaat er nog een hele bidon water langs mijn kwijnende huig en als het even kan nog twee potten green tea. Geen flauw idee waar ik het allemaal laat maar het gaat maar door. Gevolg: nachtelijk toiletbezoek - of als ik kampeer: 'struikbezoek' - en vaak wel twee keer. In een hotel: geen probleem, maar kom buiten maar eens uit die lekkere warme slaapzak (of die keer in een door lokale mensen opgezet rusthuisje voor pelgrims (Zenkonyado), totaal struik- en toiletloos (de eerste struik was 30 meter verderop), waar ik toen maar uit het raam heb gehangen, maar daar voel ik me nog steeds schuldig over hoor!). Omdat ik nu op een tempelcomplex slaap, waar ik geen toilet kon ontdekken - en als het er al is, is het zo'n goede 300 meter down the hill, ja doei - lig ik om een uur of half drie te woelen en te draaien, maar dat maakt het alleen maar erger. Ik moet vreselijk nodig, maar ik zal het eerlijk toegeven: ik ben zwaar onder de indruk van al die beelden, die ik vanaf mijn trans zo recht in het gezicht zit aan te kijken. ik moet dus die donkere ladder af en slalommend door de keutels dat verrotte deurtje opendoen - hallo goden en godinnen - en dan maar in het pikkedonker tegen een boom staan sassen.
Uiteindelijk heb ik geen keus en weet je, dan kan ik dat ook weer afstrepen en on top of it: wie doet me dit na? Terwijl ik tegen een of andere heilige boom mijn ding doe besef ik opeens dat op datzelfde moment andere mannen van mijn leeftijd hun kind naar bed staan te brengen, de was doen, of desperate staan te flirten met de trainster in de sportschool om de hoek, terwijl ik even 45 dagen vrij neem, het vliegtuig pak en om 2.30am op een Japans eiland, op een nachtelijk tempelterrein, tussen Boeddha en co, met mijn leuter in de vrije wind sta.
Vrijheid.
Of dan tempel 6 - dat was vorig jaar - waar ik midden in de nacht, met volle maan, naar een klein vijvertje met Bonzai-boompjes sta te kijken, terwijl ik zweer in het zilveren licht allerlei Japanse natuurwezentjes te zien en gelukzalig naar twinkelende sterren lach..
Of die Tsuiyado bij tempel 35, een tempel in de bergen, die uitkijkt over zoveel kustlijn, dat ik - letterlijk - een week terug kan kijken. Terwijl in Nederland mensen chagrijnig in de vroege avondspits staan, kijk ik uit over het dal, de stad en de zee, inhaleer de avondlucht, neem een video op voor mijn geliefde en voel me vrij.
Ik bedoel dit allemaal niet zo van: 'Kijk mij eens', want ook ik kom uiteindelijk thuis en moet mij onderwerpen aan de dingen die gedaan moeten worden. Maar ik heb mijn leven in ieder geval zo geleefd tot nu toe, dat ik dit alles dus gewoon doe. Ik lever daar een grote auto, fancy huis en een jong gestart gezin voor in. Maar dit soort magische momenten van ontroering en onderwerping aan de schoonheid van deze planeet bevredigen mij diep. En natuurlijk, dit delen met een geliefde en eventueel kinderen, is vele malen mooier en dieper. En daar kijk ik ook naar uit.
Het eind van het verhaal is, dat ik om 3.30am wakker wordt - zo uitgeslapen als een hoentje - en opeens de dringende behoefte voel hier zo snel mogelijk weg te wezen. De slaap heeft mij ontnuchterd en ik lig verdorie boven in een houten toren, midden in de nacht, in een slaapza, in een mijnenveld van spirituele energie. Ik heb nog geen uur geleden hun territorium lopen domineren dus het is tijd om op te stappen. Eerst een uur gedoe en gepak op een kleine en pikdonkere reling, want juist nu, ja dus echt uitgerekend nu doet goddomme mijn flashlight het niet en mag ik geen 'goddomme' zeggen hier. Maar kom op, zeg, dat moet mij toch weer over.. (o ja, en ik mag als pelgrim ook niet klagen). Dan trappetje af, fuck de keutels en ik ben weg.
Als ik aan het eind van het pad beneden, onder de machtig grote houten poort doorloop, kom ik weer bij zinnen. Ik kijk naar de twee poortwachters, die aan beide zijden van de poort achter een hekwerk staan, versteend in een woeste emotie en Ik besef dat ik vannacht onderdak heb gekregen. Ik maak een diepe buiging en bedank Kobo Daishi voor de slaapplek en de mooie ervaring.
Het gekke is dat ik zeker weet dat hij mijn dankbaarheid voelt.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment